|
||||||||||||||||||||||
|
Laatst bijgewerkt op: 26-05-2011
De speeltafel van het orgel van de orgel Van Dam 1926 Manuaal I: gegevens geleend uit de database Alexandre harmonium
Bert Mooiman
Jaap Hillen * 1923 - † 2008
Pedaal pianoDe pedaalpiano of pédalier is een instrument, dat evenals het orgel, door middel van een pedaal, dat wil zeggen een voetklavier, wordt bespeeld (afb.). Dit kan een aangehangen pedaal zijn, waarbij de pedaaltoetsen via houten abstracten of koordjes met de toetsen in de bas zijn verbonden. Ook kan het om een zelfstandig instrument gaan; in dat geval is het óf een liggende pedaalvleugel, waarop een gewone vleugel gezet wordt, of een rechtopstaand model, dat als een rugwerk achter de speler geplaatst wordt. Bron: Christo Lelie “Van Piano Tot Forte: Geschiedenis En Ontwikkeling Van De Vroege Piano Ca.1450-1867 1 "Skizzen für den Pedalflügel"
Pedaalvleugel Érard 1853
Een Pedalion pedaalharmonium
Een Organor (made by Rippen)
Het hier afgebeelde instrument staat op de orgelgalerij in de kapel van Begraafplaats Oud Eyk en Duinen in Den Haag.
foto ontleend aan website
Orgel BredaMooiman volgt Jaap Hillen opHillen werd in 1949 benoemd tot organist van de Grote Kerk te Breda en hij is dat gebleven tot aan zijn overlijden in juni 2008. Hij heeft zo deze post 59 jaar ingevuld en vormgegeven. Daarmee is hij in deze kerk de langst dienende organist geweest. In de Nieuwe Badkapel te Scheveningen fungeerde Hillen ruim 20 jaar als cantor. Dat deed hij als collega van Bert Mooiman die in deze kerk organist is. In maart 2009 heeft Bert Mooiman met succes gedongen naar de vacante functie van organist in de Bredase kathedraal waarin de oorspronkelijke grafkelders van het geslacht Van Oranje. Overigens blijft Mooiman verbonden aan de Nieuwe Badkapel te Scheveningen als vast organist.
Orgel Breda IVP-53 Hoofdwerk: Rugwerk: Bovenwerk: Borstwerk: Pedaal: Koppelingen: Speelhulpen: Buisklokkenspel bespeelbaar vanaf het 4e klavier, met electronische volumeregelaar d.m.v. draaien van registertrekker. Mijn geheugen zegt me dat er ook nog twee Cymbelsterren zijn, maar dat moet ik nog controleren. bron: www.orgbase.nl
24-05-2011 Organist Grote Kerk Bert Mooiman dient ontslag in 24/05/2011 Tijd: 14:07 Bert Mooiman was in dienst van de protestantse gemeente, de eigenaar van de Grote kerk, maar afhankelijk van de Stichting Grote Kerk, die het gebouw beheert. Directeur van die stichting Willem van der Vis heeft Mooiman ontslag ingediend door een verschil van inzicht in de rol van Mooiman. “We waren bezig met gesprekken hoe hier invulling aan te geven”, legt Van der Vis uit. “Maar blijkbaar heeft hij toch zijn vertrouwen er in verloren”, aldus de directeur.
Breda en het
|
|
Dit artikel is eerder gepubliceerd in Vox Humana Jrg. 17 nr. 2, april 2006 © Frans van der Grijn & H.V.N. In gesprek met Bert Mooimaninterview: door Jaap Hillen
Bert Mooiman en Jaap Hillen zijn collega’s van elkaar in de Scheveningse Nieuwe Badkapel. Samen ten huize van Hillen. Daar - omringd door een scala aan toets-, blaas-, en snaarinstrumenten - vindt dit gesprek plaats. Jaap Hillen al een twintigtal jaren cantor, terwijl Bert Mooiman al 16 jaar de organist van deze kerk is. Hij is daar de vaste bespeler van het orgel gebouwd door de fa. P. van Dam in het jaar 1926. In 1967 werd het orgel voorzien van een derde manuaal, waardoor het instrument nu beschikt over drie manualen en vrij pedaal met totaal 31 registers. Een aangenaam gesprek tussen twee musici die naast hun samenwerking in de Nieuwe Badkapel nóg iets met elkaar gemeen hebben: De passie voor het drukwind-harmonium. Wie is Bert Mooiman? En hoe heb je kennis gemaakt met het Franse drukwind harmonium? Momenteel geef ik drie dagen in de week les in Den Haag aan het conservatorium, in muziektheorie. Dat zijn allerlei verschillende vakken die bij elkaar horen: Analyse en harmonie, contrapunt, solfège, gehoortraining. Ik ben dus, zoals ik al zei, nog steeds aan de Badkapel verbonden. Verder freelance ik als pianist en organist. Dat is wat ik zo’n beetje doe op het moment. Nu gaat dit gesprek over hoe je kennis gemaakt hebt met het harmonium, en in interviews hoor ik zo vaak: “Ja, bij grootmoeder stond zo’n trapding” Heeft dat ook te maken met de band die je hebt met de Badkapel? Leo, de dominee? Maar hij wist niet dat ik met alle wortels aan Scheveningen verbonden was. Maar goed, ik ben dus van huis uit Scheveninger. Nu, dat kun je je misschien wel voorstellen, protestants milieu. Vroeger stonden hier bij bijna alle gezinnen harmoniums thuis. Het was, zoals op veel plekken in Nederland, het instrument dat bij de mensen thuis stond. Maar nu was het zo dat op een gegeven moment ik lid werd van een ander ensemble, “Het Doelen Ensemble”. Een heel ander soort musici, die in Rotterdam repeteren in de Doelen. Daar was dus de thuisbasis en we speelden allerlei concerten in de Doelen, ook wel elders in Zuid-, en Noord-Holland. Het was een ensemble dat zich richtte op de 20e eeuwse muziek, maar dan ook de klassieke 20e eeuwse muziek, mensen als Strawinsky en Ravel. Zoiets als het Schönberg Ensemble? Er werden ook origineel stukken geschreven voor die ‘rare hap-snap-bezetting’ die deze groep had. Van Franz Schreker kan ik me een **tanger-symfonie** herinneren. Dus ik kreeg af en toe ook zo’n harmoniumpartij te spelen in dat ensemble. En ik herinner me, ik geloof dat het in een stuk van Schreker was, dat ik een partij zag dat ik dacht: ‘Hoe kan dat nou’ want ik was gewend aan het harmonium dat vroeger bij Tante Jo stond, maar dit was een stuk waar duidelijk een pedaalpartij bij zat. En ook dynamiek wisselingen werden er gevraagd die duidden op verschillende klavieren. Ik dacht: “Hoe kan dat nou, kennelijk heeft er dan een harmonium bestaan met pedaal.” Ik wist werkelijk van niks. En hoe zit dat dan met dat trappen. Op een gegeven moment keek mijn vrouw op Marktplaats, dat is een internetsite waar spullen worden verhandeld van particulieren, en daar hadden wij al eens een mooie vleugel gevonden, een mooie en heel oude Bösendorfer. En ik zei: ‘Nou toch eens intoetsen ‘pedaalharmonium’ of zo, misschien heet dat zo.’ En inderdaad, er stond er een te koop. Toen ben ik daar gaan kijken, bij een man in Zeeland, vlak bij Terneuzen. Mannes Welleweerd, die had daar in zijn huis wel 10 of 15 harmoniums staan, waaronder verschillende pedaalharmoniums. En deze was dus te koop, van het merk Pedalion. Toen zag ik dat dus voor het eerst, en ik heb er daar op gespeeld, triosonates, Bach-stukken en repertoire van latere datum. En ik vond het eigenlijk fantastisch. Dat instrument was wel weer een beetje mijn kennismaking met de harmoniumwereld. En dat pedaalharmonium, dat is dus werkelijk zo’n perfect studie-instrument gebleken voor mij. Welleweerd had het helemaal gerestaureerd. Hij heeft het zelfs voor mij iets omhoog gebracht naar 440 Hz, want het was een fractie te laag, maar ik wilde dat het met de andere instrumenten precies op één lijn zou staan. Dus dat heeft hij voor mij gedaan. En het rare is nu, dat dit instrument allerlei eigenschappen heeft die – objectief - eigenlijk niet prettig zijn. Bijvoorbeeld de 16 voets spreekt vrij traag aan, dat is nou eenmaal zo bij een harmonium. De pedaalpartij, als dat wat virtuozer wordt, dan is het bijna komisch, dat komt dan veel te traag. Maar op de een of andere manier stoort me dat totaal niet. En het is zelfs zo, dat ik merk dat als ik op dit instrument heb gestudeerd en ik ga naar de kerk, dat je een perfecte voorbereiding hebt gehad voor het spelen op het kerkorgel. Dat heb ik meer gehoord. Inmiddels was ik dan toch wel weer geïnteresseerd geraakt in harmoniums. En een andere bevriende collega is Klaas Trapman, die hier ook ook in Scheveningen woont. Hij heeft beneden in zijn huis een grote kamer vol met muziek. Een vleugel, verschillende piano’s en verschillende harmoniums. Zelfs verschillende drukwindharmoniums. En één ervan was van jou. Dat had jij hem in bruikleen gegeven. Daar had ik geen plaats meer voor. Zijn Italiaanse drukwind gebouwd door Bruni heeft hij laten repareren. Mooi ding, heel dun van geluid. Klaas zei al langer: ‘Zou je eventueel plek hebben voor dat instrument.’ Of: ‘je moet eens op een drukwind leren spelen.’ Vooral als je de expression gebruikt. Want de klank is natuurlijk totaal anders. Nou ja, toen is dat instrument bij ons geplaatst, en ik ben verder totaal ongeorganiseerd wat gaan proberen. Ik heb me zo langzamerhand die traptechniek voor het spelen met expression zo’n beetje aangeleerd. (Dit door Jaap Hillen aan Trapman uitgeleende harmonium en vervolgens naar Mooiman uitgeleende instrument, staat nu (2009) in bruikleen in de Nieuwe Badkapel en wordt daar ook daadwerkelijk gebruikt in zowel de vieringen als in concertante vorm, aldus een e-mail van Mooiman). Interessant is dat. En natuurlijk ook in combinatie met andere instrumenten. Het beroemde orgelwerk Prélude, Fugue et Variation van Franck is oorspronkelijk voor die combinatie nota bene, dat wist ik helemaal niet. En er is ook veel bewerkt. Ook op Duits gebied, niet alleen maar Frans. Er zijn allerlei albums voor harmonium verschenen, met bekende stukjes, die dan overgezet zijn voor harmonium. Daar moet ik me allemaal nog een beetje in verdiepen hoor. Dat is voor zuigwindharmonium, natuurlijk Omdat de aanspraak ook veel directer is, waarschijnlijk. Pastoor Spaans die zegt: “Joh, je moet geen motor aanzetten, je moet trappen.” Ik zie dat nog niet helemaal: je trapt een balg vol, en uit de andere kant van de balg komt wind. Maar hij vindt dat als je trapt, dan krijg je toch meer bezieling dan met zo’n “stomme” motor. Ik moet echt zeggen: Ik ben nu ook aan het proberen met het zelf bewerken van muziekwerken voor het harmonium. Er zijn van die stukjes, bijv. de Humoresque van Dvorak, als je dat op harmonium speelt, dan zijn er plotseling zoveel nuances mogelijk, dat is werkelijk ongelooflijk. Daarmee bereik je toch iets wat niet meer lijkt op wat je met gewoon orgel doet. Doordat die toon zo levend wordt. Je kunt zoveel nuances maken in de dynamiek. Heel apart. Het verdient zeker toch meer bekendheid, vind ik. Ik vind het ook een prachtige ingang voor het laat-romantische repertoire. Ik bedoel: dat je als het ware dichter bij de muziek komt door het op een harmonium te spelen. Juist door dat aspect van de enorme dynamische flexibiliteit, kom je bij een kant van de muziek die we anders dreigen te vergeten. Veel Nederlandse organisten zijn natuurlijk toch opgegroeid met barok en neo-barok orgels. Romantische instrumenten zijn toch eerder een uitzondering. En als ze er zijn dan worden die vernietigd. Er wordt hier in de Nieuwe Badkapel geen les gegeven van het conservatorium? Maar dat is toch best wel belangrijk. Stel je voor, je studeert orgel in den Haag, dat betekent dat je les krijgt in Amsterdam, want daar is de docent organist. Niks ten nadele van dat instrument, maar het is toch een bepaald type orgel. Zelf had ik destijds les op het Metzler orgel in de Grote kerk. Dat betekent toch dat je in je voorstelling gestuurd wordt in de richting van een barok instrument. En studeren op een orgel zoals in de Nieuwe Badkapel, wat ik niet een op en top romantisch instrument noem, maar toch wel een Van Dam 1926, dat al veel meer de kant van de romantiek uit gaat. Je ontwikkelt daardoor toch een ander esthetisch ideaal. Ik denk dat een drukwindharmonium heel erg behulpzaam kan zijn bij het leren kennen van de sfeer die rond die muziek hoort. Dat hele gevoelige, in de detaillering. Ook om te studeren, zei je net, het is een ideaal studie instrument, maar dat zijn allemaal zuigwind harmoniums. Ook bestaan wel drukwind pedaalharmoniums maar de meesten zijn zuigwind. Als het een goed studie instrument is dan zou je er voor kunnen pleiten om een aantal van die instrumenten aan te schaffen. Zodat de studenten niet de kerken belasten. Dan zou je kunnen zeggen: Daar staat een pedaalharmonium.
In dit huis is beneden nog steeds een soort expositie. Je kunt daar ook zijn werkkamer nog bekijken. In de vroegere woonkamer valt om te beginnen de "tropenpiano" op met een daaraan bevestigd orgelpedaal, dat Schweitzer, de eerste keer dat hij naar Afrika vertrok, van de Parijse Bachvereniging kreeg. Toen zeiden ze: “Hier, heb je een piano, dan kun je ten minste nog wat studeren.” Zich niet realiserend dat dit een tamelijk lastig transport ging worden daar, op zo’n kano over de rivier. Maar er bestaan foto’s van dat ze dat instrument toch op die manier hebben versleept. Ik heb daar zelfs nog even mogen spelen. Er stond een grote Bachband van de oude meester op de piano. Ik ben gek op de orgelopnamen van Schweitzer, dus ik vond dat toch wel een ontroerend moment, om dan uit zijn eigen boek, op zijn eigen piano de C-moll te kunnen spelen. Maar dat heb je op een orgel ook niet. Maar bij een triosonate heb je daar geen last van. Maar heb je dan het rechterpedaal nodig? Ik zou dat allemaal eens moeten uitproberen, dat lijkt me wel leuk. Ik heb er een gehad, maar die was heel slecht. Ik weet niet eens waar die gebleven is. Inderdaad, daar hoefde je alleen de piano om hoog te zetten, en het pedaal er onder te schuiven. Nee, er onder, de snaren lagen onder de toetsen van het pedaal. Je zat dus wat hoger, en onder de pedaaltoetsen lagen de snaren, en daarachter daar waren de stemkrukken. Ja, er zullen wel verschillende instrumenten gemaakt zijn. Maar ook leerzaam voor organisten om het toucher te leren. Want er zijn organisten die totaal geen piano kunnen spelen, die bonken alleen maar. Ook voor de muzikale ontwikkeling. En de kerken lopen leeg. Ik vond het heel interessant wat je zei. En ik dank je hartelijk.
de term ‘tropenpiano’ is niet van de heer Mooiman, maar is te vinden op de website over Schweitzer
Terug naar Muziek Terug naar Home
|
|||||||||||||||||||