|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
update: 4-03-2012
|
|
Rossini's 'Petite Messe Solennelle'
Coverafbeelding: Gioacchino Rossini
Rossini over zijn eigen compositie aan het woord:'Lieve Heer, voilà, nu is deze arme mis klaar. Is het werkelijke sacrale muziek [musique sacrée] of vervloekte muziek [sacrée musique]? Ik ben voor de opera buffa geboren, dat weet u best! Een beetje techniek, een beetje ziel, dat is alles. Welnu, wees geprezen en verleen mij toegang tot het paradijs.' Deze woorden, doorspekt met de voor hem zo kenmerkende ironie, noteerde Rossini in 1863 aan het einde van zijn manuscript van zijn Petite Messe Solennelle. De Petite ging op 14 maart 1864 in Parijs met veel succes in première, tijdens de inwijding van het nieuwe huis van hertogin Louise Pillet-Will, aan wie Rossini het werk opdroeg. 'Twaalf zangers van de drie geslachten, mannen, vrouwen en castraten, meer zijn er voor de uitvoering niet nodig; dat wil zeggen acht voor het koor, vier voor de solo's, in het totaal twaalf cherubijnen' meende Rossini Daarmee verwees hij tegelijkertijd naar de twaalf apostelen: "Lieve God [....] ik zweer dat er geen Judas aan mijn avondmaal zit en dat de mijne goed en con amore uw lof zal zingen en deze kleine compositie die is, helaas, de laatste zonde van mijn oude dag.' In 1884 kon de Italiaan met een gerust hart de laatste sacramenten in ontvangst nemen; 'Zou ik het Stabat Mater (1832) en de Messe (1863) hebben kunnen schrijven als ik niet gelovig was geweest? Nou dan, ik ben bereid.' De begeleiding werd toevertrouwd aan instrumenten die toentertijd in menige Franse salon waren te vinden: piano('s) en harmonium. In 1867 verzorgde Rossini zelf een orkestratie van het werk, om te verhinderen dat 'mijnheer Sax met zijn saxofonen' of 'mijnheer Berlioz met andere reuzen van het moderne orkest' zich er aan zouden wagen. bron: cdbooklet, tekst Dirk Luijmes Gespeeld wordt op een vleugel Pleyel 1869, eigendom van Andriesen piano's en vleugels. Een tweede vleugel Pleyel 1858 eigendom van Edwin Beunk. Dirk Luijmes bepeelt zijn Victor Mustel 1878.
Een recensieEr is géén betere!Johan van MarkesteijnGioacchino Rossini: Petite Messe Solennelle Uitvoerenden:
Op dit moment is er geen mooiere opname van de Petite Messe Solennelle van Rossini en er zijn er nogal wat ……Een gedurfde uitspraak? Nee! Als u deze opname heeft beleefd kan het niet anders dan dat u het met mij eens bent. Over de muziek hoef ik niet uit te weiden, die kent iedereen. Een opvallend detail bij deze opname: het instrumentale “Prélude religieux” is twee keer opgenomen. Een versie met alleen piano én als extra track met piano en harmonium. De bezetting komt overeen met de première van de mis op 14 maart 1864. Acht zangers, waarvan ook de soli door het koor gezongen worden, 2 piano’s en een harmonium. Authentieker kan niet. Later heeft Rossini zelf een orkestversie van de mis gemaakt, waardoor het geheel een operatesk karakter heeft gekregen. In de originele bezetting proef ik dat niet. Voor een zeer complete toelichting (door Dirk Luijmes) verwijs ik graag naar het zeer uitvoerige boekje bij de cd’s (in het Engels en Nederlands). Het vocaal ensemble Quink is een Nederlands (a capella) koor dat nog niet eerder op een Nederlands label is uitgekomen. Eerdere opnames kwamen uit op het Amerikaanse kwaliteitslabel Telarc. Ook toen vielen zij al op door een fraaie koorklank en hun bijzondere programmeringen. Een samenwerking met instrumentalisten is nog niet eerder op cd opgenomen. En niet zomaar de eerste beste musici. Wyneke Jordans en Leo van Doeselaar hebben hun sporen in ‘cd-land’ en in de concertzalen reeds verdiend. Kort geleden kregen zij de zilveren medaille van het Parijse ‘Société Académique d’Education et d’Encouragement’ voor hun verdiensten voor de Franse muziek. De piano’s zijn ter beschikking gesteld door Andriesen piano’s en vleugels (Pleyel 1869) en Edwin Beunk (Pleyel 1858). Het harmonium wordt bespeeld door Dirk Luijmes, in de harmoniumkringen geen onbekende. Hij is altijd ‘in’ voor iets bijzonders. Hij bespeelt hier zijn eigen Mustel kunstharmonium uit 1878. Instrumenten uit de tijd van de compositie! De opname heeft bijna twee jaar op de plank gelegen, maar gelukkig is er een Nederlandse cd maatschappij bereid gevonden deze fraaie uitvoering uit te brengen. Een uitvoering die ik niet graag zou willen missen. Wat een wasmachinespot zegt, durf ik voor deze uitgave ook te zeggen: “Er is geen betere”. Ofwel alle liefhebbers van de Petite Messe Solennelle, en ook degenen die het werk niet kennen: dit is dé uitvoering tot nu toe. Koop deze uitgave, u zult er geen spijt van krijgen. Deze recensie werd geplubiliceerd in Vox Humana jrg. 17 nr. 3 2006
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||