|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
update: 21-09-2012
x Kotykiewicz
|
|
Let op: De engelese editie van deze pagina toont méér foto's dan deze pagina.
Kotykiewicz in Wenen
Voor poolssprekende bezoekers staan twee artikelen van prof. Rotterdmund as Acrobat beschikbaar. Przepraszamy, że nie języka polskiego kontroli. Ale mamy dwa artykuły w języku polskim. Możesz przeczytać plik Acrobat. :-) Harmoniumnet als bron voor WikipediaWikipedia toont nu een wiki pagina over Kotykiewicz, inclusief een verwijzing naar de hier boven gepresenteerde links naar pfd bestanden Bekijk de wikipagina hier
Al gedurende een groot aantal decennia - het begon meer dan een eeuw geleden - is deze harmoniumbouwer beroemd. De firma werd opgericht in 1852 door Peter Titz. Hij werd opgevolgd door zijn schoonzoon Teofil Kotykiewicz (1849-1920) die op zijn beurt weer werd opgevolgd door zijn zoon Teofil Kotykiewicz (1880-1971). We zetten wat feitjes op een rij.
Vele jaren was de Kotykiewicz catalogus 1922 slechts bekend bij een enkeling. Op de laatste pagina's van deze catalogus een serie van enorme pedaalharmoniums met een bijzonder grote 'inhoud'. Het was dan weliswaar bekend dat er ook enkele exemplaren gebouwd waren. Echter, na de Tweede Wereldoorlog had niemand er een gezien. O miraculum gloriaU begrijpt dat het kopje potjeslatijn is. Maar het laat zien hoe ik me voelde toen ik geïnformeerd werd dat enkele dagen geleden (begin oktober 2009) twee enorme boxpallets binnengereden werden bij een orgelbouwer. Op een geheime locatie. Niet echt geheim, maar ik mag het gewoon niet vertellen. In de boxpallets een volledig uit elkaar gehaald 3 manuaals pedaalharmonium. Met de indringende vraag: "Kan dit gerestaureerd worden?" StaatsgeheimNatuurlijk, na deze publicatie is het project net zo geheim als het geheim is dat mevrouw Obama Michelle heet. Echter, alle andere gegevens blijven voorlopig geheim. Natuurlijk zit ik ook te wachten op foto's van wat er binnengereden is. En jawel: die foto's heb ik inmiddels in mijn bezit. En ik durf de weddenschap aan dat vrijwel niemand zoiets ooit gezien heeft. Maar, er is één belangrijk gegeven dat u moet weten: Het instrument is nu in goede en vertrouwde handen. Slechts enkelen weten nu van wie die vaardige handen zijn. U kunt me natuurlijk proberen uit te horen. Dat is makkelijker dan het klinkt. Ontmoet mij op de 4e etage van de parkeergarage, wees gekleed in een regenjas en trek mijn aandacht door luidruchtig te kuchen. Zorg er wel voor dat u een bruine enveloppe met 2000 euro moet overhandigen.
Waar gaat dit over?Hier onder staan vier pedaalharmoniums, van 13 tot 21 spels. Van 2 manuaals tot 3 manuaals. Allen met zelfstandig pedaal.
Dit harmonium heeft 13 spel, 21 registers, waarvan 2 registers met pijpen (hout). 2 Manualen C-c4, Pedaal C-d1, 4 koppels, 3 voettreden, Grand Jeu met drie standen. Het orgel is deelbaar voor transport. Het topgedeelte met het pijpwerk kan eenvoudig verwijderd worden. Zonder het topdeel blijft er een bespeelbaar en volwaardig harmonium over. 569 tongen en 122 pijpen. De intonatie is voor een concertzaal (meer volume).
13 spel, 29 registers. 3 Manualen C-c4, pedaal C-d1, Percussion, Prolongement over het hele klavier en Prolongement-Automaat, 4 koppels, 4 kniezwellen. 693 tongen.
20 spels, 41 registers, 4 registers met pijpen, ( 2 x hout, 2 x metaal), 4 pedaalstemmen, 3 Manualen c-c4, pedaal C-d1, Percussion, Prolongement over het gehele manuaal, Prolongement Automat, 6 koppels, 5 kniezwellen, ingebouwde windmachine schakelbaar met een piston, 232 pijpen en 881 tongen.
21 spel, 41 registers, 4 stemmen met pijpen (metal) 1 spel met pijpen (hout), 3 Manualen 6 Octaves FF-f4 (op de niet verkleinde foto zien we dat manuaal III een kleiner toonbereik heeft, C-f4 !!), Percussion, Grand Prolongement, Prolongement-Automat, 6 koppelss, 5 kniezwellen, electrische windmachine (schakelbaar met piston). Total of 1325 toonbronnen. (Het is momenteel niet duidelijk op welk werk de pijpen staan.)
Restauratie?Zodra het kan en het dus relevant is, zullen we meer informatie op deze pagina (en de engelse editie van deze pagina) plaatsen. Op dit moment weten we alleen maar dat het afgeleverd is bij de orgelbouwer en dat alles tot op het kleinste deel gedemonteerd is. Zelfs de kast was helemaal uit elkaar gehaald. Inmiddels is de opbouw van de kas onderhanden genomen. En jawel, daar heb ik foto's van. Maar ja, geheim hè?. Geduld, geachte lezen. Het komt nog wel. Volgens de onvolprezen website van Fritz Gellerman kennen we deze catalogi:
Inmiddels weten we ook dat het hier om twee edities van dezelfde catalogus gaat.
En 3mp 14,5 spels uit 1884En nog een model. Nummer vijf in de rij. De afbeelding komt uit Zeitschrift für Instrumenten Bau [ZfIB] no. 10 (januari 1885) Dit exemplaar heeft alleen maar tongen. De pijptop is dus alleen een visueel effect.
Dit instrument en een ander model worden genoemd in ZfiB januari 1885 and Zfib februari 1887. Er is ook een artikel uit het Poolse magazine "Ruch Muzyczny" (februari 1996) door dr. Krzystof Rottermund (Berlijn). Dit artikel werd vertaald en uitgebreid door Dick Sanderman en verscheen eerder in Vox Humana 12-01 en Vox Humana 12-02 ( 2001). De duitstalige artikelen uit het ZfIB kunt u hier lezen als Acrobat
Artikel prof. dr. Krzystof Rottermund Dr. Krzystof Rottermund (Berlijn) - Eerder verschenen in het Poolse muziektijdschrift Ruch Muzyczny (februari 1996) en met toestemming van de auteur vertaald, bewerkt en aangevuld door Dick Sanderman en gepubliceerd in Vox Humana 12-01 en 12-02.
Teofil Kotykiewiczeen poolse harmoniumbouwer in wenen
Teofil Kotykiewicz werd geboren in 1849 en overleed te Wenen op 17 februari 1920. Hij trouwde met een dochter van de orgel- en harmoniumbouwer Peter Titz (1823-1873), die op zijn beurt waarschijnlijk het vak had geleerd bij Jakob Deutschmann. Door zijn huwelijk met de dochter van Titz werd Kotykiewicz mede-eigenaar van de firma Titz. Na het overlijden van Titz, op 6 februari 1873, nam diens weduwe Anastasja aanvankelijk de leiding over. In 1878 kwam de leiding van het door Peter Titz in 1852 begonnen bedrijf volledig in handen van schoonzoon Kotykiewicz. Waarschijnlijk was Kotykiewicz bij Titz begonnen als leerjongen. Werkplaats en magazijn waren gevestigd aan de Stauengasse 18 in Wenen. De firma bediende zich van de aanduiding K.u.K. Hof-Harmonium Fabrik, waarbij K.u.K. staat voor Kaiserlich und Königlich. Kotykiewicz was zeer actief in verschillende verenigingen en organisaties. Ook ondersteunde hij componisten die harmoniummuziek schreven. In 1893 was hij plaatsvervangend bestuurslid bij het genootschap van piano- en orgelbouwers in Wenen; in 1900 was hij binnen dezelfde organisatie lid van een commissie. Binnen het bestuur van de in 1893 gestichte vakopleiding voor instrumentenbouw was Kotykiewicz in 1900 tweede voorzitter en penningmeester. Bronnen uit de jaren 1909-1912 vermelden zijn naam opnieuw in diverse bestuursfuncties. In 1912 wordt hij ook genoemd als beëdigd expert op het gebied van orgels en harmoniums. In 1894 werd op initiatief van Kotykiewicz in Wenen een Verein der Harmonium-Musikfreunde opgericht, die na een reorganisatie in 1902 door professor Rudolph Glick werd geleid. Ook was Teofil Kotykiewicz zeer actief binnen organisaties die de belangen van geëmigreerde Polen behartigden. In de tweede helft van de negentiende eeuw waren in de hoofdstad van het toenmalige Oostenrijk-Hongarije enkele Poolse organisaties actief, zoals Sifa, Zgoda en Strzecha. De in 1872 gestichte Poolse vereniging Zgoda werd in 1892 gesplitst in een Poolse arbeidersbond Sifa en een Poolse maatschappelijke organisatie Lutnia (de luit). President van Lutnia werd Kotykiewicz, een van de ereleden was de Poolse dichter Kornel Ujejski. Bij Lutnia behoorden ook twee koren: een mannenkoor en een gemengd koor, en bovendien een theatergroep. Kotykiewicz was later ook een van de oprichters en tegelijk erelid van de Poolse vereniging Strzecha, die uit een samenvoeging van de verenigingen Zgoda en Lutnia ontstond. Destijds waren in Wenen veel Polen werkzaam, onder meer als arbeider, als industrieel, als koopman of als student. Zo studeerden hier Józef Beck, de latere minister van buitenlandse zaken van de republiek Polen, de latere filosoof Kazimierz Twardowski en de natuurkundige Marian Smoluchowski. Ook de schrijver Tadeusz Ritter woonde in Wenen. De Poolse journalist Grzegorz Smólski schreef in die tijd dat de Polen in Wenen modelbedrijven en -werkplaatsen bezaten, waartegen de Oostenrijkers nauwelijks konden concurreren. Als voorbeelden noemde hij de werkplaats voor harmoniumbouw van Teofil Kotykiewicz, de kunstgieterij van Hernik en vele anderen. Na de dood van Peter Titz (1873) was Kotykiewicz een sleutelfiguur binnen de firma. Bij de wereldtentoonstelling van 1873 in Wenen kreeg de firma de Fortschrittsmedaille, in 1880 volgde tijdens de industrietentoonstelling in Wenen een Ehrendiplom, in 1881 een gouden medaille in Eger, in 1882 een Ehrendiplom in Triest, in 1891 een soortgelijk diploma in Praag. In 1894 vond in Lwów (Polen) een Allgemeine Landesausstellung plaats, waar vooral Poolse producten vertegenwoordigd waren. In de muziekafdeling van deze tentoonstelling werden instrumenten gepresenteerd van firma’s uit Polen (Śliwiński uit Lemberg, Drozdowski uit Krakau) en Poolse firma’s uit Wenen (Kotykiewicz, Pokorny). Kotykiewicz was aanwezig met de volgende harmoniums:
Van het kleine driespels salonharmonium zijn nog verschillende exemplaren bewaard gebleven, over de gehele wereld verspreid. Reeds eerder werd zo’n Kotykiewicz harmonium in de Vox Humana beschreven. De dispositie luidt:
“Op uitnodiging van de keizerlijke en koninklijke hof harmoniumfabrikant Teofil Kotykiewicz waren kunstenaars en kunstvrienden samengekomen om de buitengewoon interessante demonstratie van een groots aangelegd, door bovengenoemde fabriek vervaardigd pedaalharmonium bij te wonen. Onder de concertgevers bevonden zich de heer Rudolf Bibl, keizerlijk en koninklijk hoforganist, Josef Labor, koninklijk hofvirtuoos te Hannover, L.A. Zellner, orgelvirtuoos, Carl Lustig, C. Kirschbaumer, Emil Rotter en de keizerlijk en koninklijk hofvirtuoos Anton Zamara (harp). Onze belangstelling gaat in de eerste plaats uit naar de dispositie van dit instrument, de samenstelling van de afzonderlijke registers en van de manualen onderling. Daarom vermelden we uit het programma alleen de door Labor met gebruikelijk meesterschap gebrachte a-moll fuga van Bach, de Hymne van Schubert voor harmonium en harp (Zamara, Zellner), Mendelssohn’s Andante voor harmonium en piano (Rotter en Weber) en ten slotte de door C. Lustig meesterlijk en echt muzikaal uitgevoerde vrije improvisatie over verschillende motieven met rijk geschakeerde registraties. Voor al het gebodene verdienen de bouwer en de uitvoerenden gelijkwaardige lof; het talrijk opgekomen publiek bracht de meesters deze lof terecht toe. Spreken we nu over het instrument zelf. Het heeft (inclusief opbouw) een hoogte van 295 cm, een breedte van 147 cm en een diepte van 96 cm, 5 octaafs klavieren, 7 octaven toonomvang, 14 ½ spel, 3 manualen, percussion, pedaal (30 toetsen van C-f), 4 koppels, een generaal-koppeltrede en 2 kniehevels. In totaal bevat dit pedaalharmonium 824 tonen.
Als alle registers samen worden getrokken is de klankwerking van manuaal 1 vol en krachtig, het tweede manuaal doet denken aan het karakter van een houtblazersharmonie, de klank van het derde manuaal benadert het klankkarakter van strijkinstrumenten. De manualen zijn zo dicht bij elkaar geplaatst dat de speler moeiteloos met één hand op twee manualen tegelijk kan spelen. De registers zijn in twee rijen geordend en zijn gemakkelijk bereikbaar. Doordat twee manualen naar keuze, en ook alle drie, door middel van de koppels ook tijdens het spel met elkaar verbonden kunnen worden, bezit de speler de mogelijkheid om talloze combinaties van klankeffecten te maken. Van de beide kniehevels bedient de rechter het Grandjeu (d.w.z. deze schakelt alle registers van alle manualen in), de linker bedient het Forte. Men kan deze kniehevels gebruiken voor plotselinge effecten, of naar believen langere tijd ingeschakeld laten. In dat geval vervangt de rechter kniehevel het Grandjeu-register. Door een onmerkbare beweging van de knie naar boven wordt het Grandjeu weer uitgeschakeld. Bij obligaat pedaalspel is een tweede persoon nodig om de windvoorziening te verzorgen middels de links aangebrachte ijzeren hevel. De functie van de balgen wordt door windwijzers gecontroleerd. Wij beschouwen dit nieuwste werk van de Oostenrijks-Hongaarse harmoniumgrootmeester als een van de meest volkomen tongeninstrumenten die wij ooit gehoord hebben. Daarmee geven wij, met genoegen, de algemene opinie weer; het verheugt ons, in Kotykiewicz een van de weinige vakgenoten te erkennen die grote waarde hecht aan de eer en perfectionering van onze beroepsgroep. Twee jaar later, in 1886, presenteerde Kotykiewicz zijn nieuwste instrument: het Grosse Konzertharmonium. Het Zeitschrift für Instrumentenbau bericht hierover (no 13, februari 1887): Een groot concertharmonium met 21 spelen, 41 registers, 3 manualen met een toetsomvang van 5 octaven en een toonbereik van 8 octaven, percussion, pedaal (30 toetsen) van C tot f, 4 koppels, 3 drukknoppen, een generaaltrede en 2 kniehevels, is zojuist voltooid in de fabriek van Teofil Kotykiewicz te Wenen, Straussengasse 18 en kan daar door geïnteresseerden bezichtigd worden. De registerordening is als volgt:
Daarna geeft het “Zeitschrift für Instrumentenbau” nog een beschrijving van de klank, die grotendeels overeenkomt met de beschrijving van het instrument uit 1884/85. Nieuw is de opmerking dat de toetsdiepgang voor het onderklavier 9 mm is, voor de beide andere manualen 8 mm. De speelaard is licht en elastisch, zelfs als de drie manualen aan elkaar gekoppeld zijn. Ook over de balgen wordt iets meer verteld. De windvoorziening bestaat uit vier schepbalgen, een grote magazijnbalg en een kleine regulateur voor het pijpwerk. Het trappen vraagt slechts weinig kracht; een langzame beweging is voldoende, zelfs bij het volle werk. Bij obligaat pedaalspel is een tweede persoon nodig voor de windvoorziening; daartoe is rechts een ijzeren hevel aangebracht, die de magazijnbalg vanzelf opent. Zoals de meeste instrumentenbouwers hield ook Kotykiewicz zich bezig met de handel in muziekinstrumenten (harmoniums, wellicht ook piano’s); het is niet uitgesloten dat hij sporadisch ook kleine pijporgels bouwde. Uit het jaar 1910 is een nauwkeurige beschrijving bewaard gebleven van een Salon-Orgelharmonium van Kotykiewicz, dat ook normale orgelpijpen bezat. De firma Kotykiewicz gaf eigen catalogi en folders uit, en vervaardigde ook speciale harmoniums voor de tropenlanden. In 1912 verschijnt een artikel over Kotykiewicz in Das Pianoforte (no.1a), waarin melding wordt gemaakt van een tweeklaviers concertharmonium.
Bovenstaande afbeelding toont de middelste octaafplaat van het register Flûte met de normale a van 870 enkelvoudige trillingen. De grote tong is de zestienvoets C van de Subbas met 65 enkelvoudige trillingen. Die kleine tong rechts (naast de subbas tong, red.) is de 1/8 voets c van het register Fifre met 8272 enkelvoudige trillingen. Uit bovenstaande beschrijving blijkt dat Kotykiewicz in 1912 uitging van een stemtoonhoogte van a=870, hetgeen gelijk staat aan a1=435. Het eerder genoemde kleine salonharmonium, vermoedelijk daterend van rond 1900, heeft echter een stemtoonhoogte van 440,5. Teofil Kotykiewicz overleed in Wenen op 17 februari 1920. Twee van zijn zoons waren op dat moment al binnen de firma werkzaam: Teofil junior (1880-1971) en Emil (geboren 1882). Teofil Kotykiewicz junior was sedert ca. 1909 procuratiehouder van de firma. Net als zijn vader was ook hij zeer actief in organisaties van instrumentenbouwers. In het Verband der Klavierfabriken Österreichs (opgericht 1921) was hij lid van de arbitragecommissie, in het Reichsverband der Musikinstrumenten- und Sprechmaschinen-Erzeuger und Händler Österreichs (1923) was hij notulist. De firma Kotykiewicz heeft nog bestaan tot in de jaren zeventig van de twintigste eeuw, maar haar bloeitijd lag rond het einde van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw, dus in de tijd waarin het harmonium bijzonder populair was.
André van Duin op harmoniumnet? Ja, inderdaad. In het onderstaande filmpje op Youtube zien we Van Duin een "orgel" bespelen. Maar, ik ben er op goede gronden vrijwel zeker van dat we hier te maken hebben met een harmonium van Kotykiewicz. Ter vergelijking met het filmpje een afbeelding van een huiskamer instrument van deze bouwer. En daarbij valt op dat de bouwer zijn naam nogal "groot" in een zwart kader op de muzieklessenaar heeft geplaatst.
En vergelijk dit met het Youtube filmpje: http://www.youtube.com/watch?v=VO5YQsJ8aHk&feature=player_embedded
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||