Menubalk Tienhoven
 

update: 6-06-2010

Terug naar Historie

 

 

Voorlopers in expressie

 

1810 Orgue-Expressif

1815 Aeoline

1820 Aeolodikon

1823 Physharmonica

 

 

 

Orgue-expressif van Joseph Grenié

Het orgue-expressif is de oudste voorloper van het harmonium, dat aan vrijwel alle voorwaarden voldoet, zoals genoemd op de pagina "Voorlopers in expressie".

Het orgue-expressif werd ontwikkeld door Gabriel Joseph Grenié. Op 20 maart 1810, dateerde hij een door hem gemaakte tekening van zijn uitvinding.
De eerste bouwtekeningen zijn niet meer in origineel beschikbaar. Michel Dieterlen laat in zijn dissertatie een aanzienlijk verkleinde editie zien, gepubliceerd in "Descriptions des machines" (Dieterlen, p.1323).

Grenie-1810

Op deze tekening van 1810 is goed te zien (rechter afbeelding) dat Grenié als magazijnbalg ("Compresseur") een keilbalg projecteert. In het patent van 1816 is deze keilbalg vervangen door een magazijnbalg van het type dat in drukwindharmonium de norm is geworden.

 

Grenié verwerft dan op 22 januari 1816 een patent, geregistreerd als "Brevet no. 1.014". Dit patent omvat een huisorgel voorzien van een pijpenregister Flûte (normale labiale orgelpijpen) en een register met doorslaande tongen. Bijzonder is het feit dat met name hét boek uit de periode van de hoogtijdagen van het harmonium, dat van Alphonse Mustel "l'Orgue-Expressif ou Harmonium" in 1903 wél de ontwerptekening heeft als afbeelding, maar geen afbeelding van een (nog) bestaand exemplaar. Ook Dieterlen in zijn dissertatie heeft geen afbeelding van een bestaand exemplaar. Dit verklaart dan ook dat u later op deze pagina een afbeelding ziet van een exemplaar gebouwd in 1845 door Achille Müller.

Grenie 1816   Grenie resonator
De constructie tekening zoals opgenomen in het patent van 1816.   De bouw van de resonatoren in het patent van 1816

Van het orgue-expressif van Grenié zijn geen exemplaren bekend die de tand des tijds hebben doorstaan.
Wel zijn enkele exemplaren bekend van Achille Müller.

 

Orgue Expressif gebouwd door Achille Müller. Van dit instrument zijn twee exemplaren bekend: Het instrument op de foto staat in het Musikinstrumenten-Museum, Universität Leipzig (Catalogus nr. 323), een tweede exemplaar bevindt zich in het Brusselse Instrumenten Museum (Catalogus nr. 4348). (Gegevens ontleed aan de dissertatie van Joris Verdin, het Harmonium, 2001).

De afbeeldingen hier gebruikt, zijn ontleend aan Gernhardt-Henkel-Schrammek, Orgelinstrumente Harmoniums, catalogus van het Musikinstrumenten-Museum der Karl Marx Universität Leipzig, Katalog - Band 6, 1973.

Achille Müller werd geboren op 6 mei 1801 in Vertus, een dorp ten noord-oosten van Toulouse. Van Müller is bekend dat hij in de leer geweest is bij Gabriël Joseph Grenié.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Achterzijde Orgue Expressif

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Naamplaatjes Muller Parijs  

De afbeelding links is het naamplaatje van de fa. Müller. Dit plaatje bestaat uit een in het klavierdeksel ingelegd ovaal vervaardigd uit hout met een geschilderde tekst:

Medailles décernes aux Expositions 1834 et 1839. Ale Müller Rue de la Ville-l'Evêque 42. Fg St Honoré Paris.

 

In de windlade is een gedrukt etiket gevonden, de afbeelding hiervan staat rechts. De tekst van dit etiket:

Orgues Expressives. Alle Müller, Facteur d'Orgues Expressives et de Pianos, qualités garanties 42 Rue de la Ville l'Evêque Paris. Médaille à l'exposition de 1834. Médaille à l'Exposition de Valencienne 1835.

  Muller Parijs naamplaatje

 

In een van de linker keilbalgen is de naam "Filip" teruggevonden in handschrift, en aan de bovenzijde van de windlade het nummer <52>, waarschijnlijk het serienummer.

 

De technische opbouw van het orgue-expressif zoals gebouwd door Müller

De kast van het instrument is gemaakt in een pianino model (rechtopstaande piano), het hout is eiken met mahonie-fineer. Sierlijsten en klavierbakstukken van Palissander. De bakstukken zijn aan de buitenzijden gepolitoerd. De afmetingen van de kast zijn in millimeters: 1477 breed; 1163 hoog; 534 diep met ingeschoven klavier. Met klavier uitgeschoven is de diepte 658 mm. De bovenzijde van het klavier 780 mm gemeten vanaf de vloer.

Het instrument heeft één manuaal, FF-f3. Een liggende windlade, niet gedeeld. Een spel tongen 8' van 61 tonen. Drukwind. Geen registers, maar wel een in- en uitschakelbare expression, rechts onder het klavier.

Het klavierraam is uit eiken. De toetsen zijn gemaakt van Ahorn, de ondertoetsen 351 mm lang, kantelpunt op 155 mm, de boventoetsen zijn 306 mm lang, kantelpunt op 127 mm. De ondertoetsen belegd met ivoor, boventoetsen ebbehout. Het betreft hier dus een balansklavier.

De windlade is gemaakt van eiken. Afmetingen van de lade inwendig: breed: 1330 mm, 160 mm diep, 80 mm hoog. De opening tussen balg en windlade is 145 x 20 mm. De ventielen zijn 118 mm lang.

Het balgsysteem bestaat uit 4 keilbalgen. De afmetingen van deze keilbalgen zijn 660 x 480 mm. De keilbalgen zijn voorzien van een een inliggende vouw van plm. 75 mm. De bewegende bladen van de schepbalgen zijn - zoals op de foto te zien - met elkaar verbonden. Gezamenlijk vullen de schepbalgen de magazijnbalg. In dit instrument is de magazijnbalg ook een keilbalg. De schepbalgen hebben 48 ronde inlaat openingen met een diameter van elk 18 mm. De (magazijn)keilbalg meet 1240 mm breed, 160 mm diepte, 145 hoog met drie inliggende vouwen. Tussen balg en windlade zit de schuif voor het afsluiten van de magazijnbalg. De opening tussen de balg en lade bestaat uit twee uitsneden van 89 x 9 mm. De magazijnbalg is voorzien van een overdrukventiel aan de bovenzijde. Bij een te grote vulling opent een hevel een ontlastventiel met een afmeting van 54 x 43 mm. Het windkanaal heeft ook een overdrukventiel voor het spelen op expression, deze werkt op het overwinnen van een veerdruk. Bij te hoge druk wordt het windkanaal ontlast door een opening van 54 x 40 mm.

 

Afwijkingen bij Müller

Müller gebruikt, conform het oorspronkelijke ontwerp van Grenié een keilbalg als "magazijnbalg". Duidelijk is dat Grenié in zijn tweede tekening van 1816 een klassieke magazijnbalg met inliggende vouw laat zien. Dit is curieus, omdat in de orgelwereld een onuitroeibaar gerucht bestaat. Waar door velen aangenomen wordt dat de wereldberoemde orgelbouwer Aristide Cavaillé-Coll de uitvinder zou zijn van de magazijnbalg. [1] Aristide leefde van 4 februari 1811 tot 13 oktober 1899. Gezien de originele bouwtekening van Grenié was Cavaillé-Coll een jaar of vijf toen Grenié een magazijnbalg tekende, die hij de naam "Compresseur" gaf. (Mustel, 1903, pag. 26). In een poging het mogelijke misverstand op te lossen, heb ik een aantal deskundigen op de hoogte gebracht in de hoop een verlossend antwoord te krijgen.

[1] Niet geheel verwonderlijk: In het standaardwerk "Orgelbouwkunde" van Oosterhof & Bouwman, 5e druk 1980 vinden we op pagina 55 in voetnoot 1 deze uitlating over de magazijnbalg: "Als uitvinder wordt genoemd de Franse orgelbouwer A. Cavaillé-Coll (1811-1899)


In zijn boek over de orgelbouwer Maarschalkerweerd schrijft mr. Paul Houdijk (1987-1990 - Vice-voorzitter van de Harmonium Vereniging Nederland) over de eerste magazijnbalg door Maarschalkerweerd geplaatst, deze toelichting:

"Dit systeem werd in 1814 door Cumming uitgevonden en behelst een magazijnbalg met een in- en uitspringende vouw, voorzien van een metalen schaarmechanisme. Nadat het systeem in 1826 in Frankrijk was ingevoerd, vond het vrij snel overal verbreiding. Pieter
Maarschalkerweerd maakte hiervan dus pas vrij laat gebruik."

Op de website van orgelbouwer Jan L. van den Heuvel lezen we in een document over Aristide Cavaillé-Coll deze woorden:

"Een andere belangrijke technische ontwikkeling was de parallelbalg (met in- en uitslaande vouw) waardoor de windvoorziening aanmerkelijk verbeterd werd."

Het valt meteen op dat Van den Heuvel geen enkele claim legt op 'uitvinden', immers de gebruikte formulering verwijst ondubbelzinnig naar de Cumming balg. Het woord 'parallel' in de tekst verwijst naar het bovenblad van de balg dat ten alle tijde parallel ligt aan het bodemblad. Parallelbalg is dan ook een synoniem voor de Cumming magazijnbalg.

Het boek over orgelbouwer Maarschalkerweerd is te lezen op de website van Paul Houdijk: www.paulhoudijk.nl U kunt met de volgende link direct naar de afgeronde editie van het boek (oktober 2008)
Paul Houdijk: Boek over Maarschalkerweerd
 

Een zijweggetje: nog een mythe over Aristide:

Aan Aristide Cavaillé-Coll wordt in de orgelwereld ook met enige graagte toegedicht dat hij de cirkelzaag uitgevonden zou hebben. Knappe actie, deze zaag was al bekend in 1777 in een patenbeschrijving. Ook van een cirkelzaag uit 1790 is schriftelijke documentatie bekend.
Echter - even een vleugje Hollandsch nationalisme - meldt een schrijver in een boek ( Ball, 'Circular Saws' quoting M. Powis Bale, Woodworking Machinery. Its Rise, Progress and Construction.) dat in Nederland de cirkelzaag al bekend was in de 16e of 17e eeuw.

Het expressieve tongenregister

Orgue Expressif Achterzijde in spiegelbeeld

Let op: dit is de achterzijde van het instrument, echter terwille van de uitleg is de foto van de achterzijde hier in spiegelbeeld afgedrukt, zodat de bas links is, en discant rechts.

Het expressieve register is gebouwd zoals tongwerken in de orgelbouw gebouwd worden. Zij het - uiteraard - met doorslaande tongen. Zoals op de foto te zien is, is er bij dis/e een mensuursprong gemaakt. Door het in spiegelbeeld plaatsen van de foto, valt beter op dat vanaf e1 veel grotere stevels gebruikt worden. Dat is nodig voor een betere aanspraak van de tongen.

 

 

tongwerk uitvergroot  

De uitleg in het Nederlands op de site van een orgelbouwer/pijpenmaker: Klik

De afbeelding links van deze tekst stamt uit een cursus orgelbouw geschreven door Mme. J. Bran-Ricci, 1992/1993. (Geciteerd uit Dieterlen, l'Harmonium, p. 1313).

Rekening houdend met bezoekers uit diverse taalgebieden, allereerst de namen in vier talen:

 

Français.   Nederlands   English   Deutsch
Noyau (Noyeau)   Kop
Noot (1)
  block
socket
 

Kopf
Nuß

Coin   wig   wedge   Keil
Point de pression   Drukpunt   tuning point    
Rasette d'accord   stemkruk   tuning wire   Stimmkrücke
Languette vibrante   tong   reed / free reed   Zunge
Rigole  

lepel
keel (2)

  shallot   Kehle
Orifice   lepelopening   shallot opening   Kehlenöffnung
Pied   pijpvoet
  toe
  Pfeifenfuß
le trou du pied   voetopening  

foot-hole
tip

  Fußloch
le pied   stevel   boot   Stiefel
    (1) frans model
(2) uit het Duits
       
met dank aan Pieter de Visser (USA) en Jan Roeleveld (NL) voor de orgelbouwkundige adviezen.
Inmiddels heb ik ook de beschikking over Orgelbouwkunde van Oosterhof en Bouman.

 

Technische details van het instrument van Müller

Het onderstaande deel van deze pagina is te downloaden als Acrobat bestand. Klik op het logo

Bron: Gernhardt, Klaus / Henkel, Hubert / Schrammek, Winfried; Orgelinstrumente Harmoniums
Musikinstrumenten-Museum der Karl Marx Universität Leipzig, Katalog Band 6
Leipzig, VEB Deutscher Verlag für Musik, 1983, 144 pag. 80 afbeeldingen (kleur en zwart/wit)

Instrument:

Orgue-Expressif
Bouwer: Achille Müller, Parijs, ± 1845. Catalogusnr. 323 (Collectie Leipzig).
Manuaal tessituur: FF-f3, 1 rij tongen, 8’ Kast in pianino vorm, notenfineer op eikenhout. Sierlijsten en bakstukken uit Palissander, de bakstukken gepolitoerd. Afmetingen 144,8 breed. x 52,9 diep x 116,3 hoog.
Liggende windlade, ongedeeld. Register permanent sprekend. Expressions registerknop rechts onder het klavier.
 
Stevels
De stevels zijn gemaakt van het hout van de rode beuk. De stevels zijn cylindrisch en zijn voorzien van een boring. De boringen zijn inwendig beplakt met oude formulieren, deels met handschrift ingevuld.
 
Bekers

De bekers peervormig, en zijn gedraaid in twee delen en samengevoegd tot één geheel. De conische bekers zijn afgedekt met halve bollen. Het geheel vervaardigd uit rode beuk.
In de bekers van FF-d# een ronde opening als mond, de bekers van e-f3 zijn voorzien van een horizontaal aangebrachte smalle opening met een lage opsnede. (Zie de foto)

Mond openingen
Tevens hebben alle bekers in de top van de halfronde kogel en klein (rond) gaatje met een diameter van 5 mm. Al deze gaatjes laten sporen zien van intoneerwerk. De gaatjes zijn dan ook niet zuiver rond.
 
Kelen
Deze zijn vervaardigd uit messing en zijn in de kop gelijmd.
 
Stemkruk
De stemkrukken zijn gemaakt van staaldraad, waarbij het op de tong drukkende deel uit messing is vervaardigd. Het messing deel is scherp geveild voor een meer nauwkeurige stemming. De stemkruk is voorzien van een schroefdraad mechanisme voor het stemmen, en bovendien een mechanisme om de druk van de kruk op de tong met behulp van een schroefdraad te regelen.
 
Restauratie
Het instrument is in 1971 gerestaureerd. Daarbij is de schade aan de kast weggewerkt. De abstracten zijn waar nodig vervangen. Alle metalen delen in het instrument zijn gereinigd en deels ook vervangen. Enkele bekers zijn opnieuw verlijmd, en de beker van f2 is groter gemaakt. Daarna is het instrument volledig opnieuw gestemd.

Mensuren en afmetingen

Stevels

Bekers

Toon

Stevel
Boring
Ø mm

Stevel
uitw.
Ø mm

Hoogte stevel

Volume
resonantie
ruimte zonder de kop

hoogte

Boven
ø mm

Afmetingen mond

 

 

 

Met kop
mm

Zonder
kop
mm

 

 

Rond
Ø mm

Langwerpig

 

 

 

 

 

cm3

 

 

 

Breed

hoog

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

FF

25

62

167

125

377,2

175

69

24

 

 

C

22

57

158

118

301

152

63

19

 

 

F

20

56

150

112

275,7

138

60

17,5

 

 

c

17

52

142

106

225

120

54

15,3

 

 

d #

16

50

138

103

202,1

114

54

12,5

 

 

e

5,5

49

307

273

514,5

114

54

 

39

5,8

f

7

48

289

255

461,2

109

52,5

 

37

6

c1

8

45

185

153

243,2

96

48

 

34

7,5

f1

8

42

127

97

134,3

83

44

 

30

8,3

c2

9

40

77

49

61,5

75

40

 

29

7,8

f2

9

36

59

32

32,6

vervangen bij restauratie

c3

10

34

47

23

20,9

60

32

 

24,5

8,3

f3

10,5

33

39

18

15,4

60

31

 

24

8

 

Maatvoeringen

mm

Cancel opening

Windlade opening

Keel afmetingen

Keel opening

Tong

Toon

lang

breed

lang

breed

lang

breed

dikte

lang

breed

dikte
punt mm

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

FF

112

18

29

18

129

31

20,5

107

20,9

2

C

 

 

27

17

104

25,5

19,5

80,2

17,4

1,5

F

 

 

24

16

88

22,5

16,7

67,8

13,9

1,1

c

 

 

23

14,5

68,5

19,3

14,3

47,3

10,3

0,9

d#

 

 

21

14

63

18

13,5

43

9

0,8

 

 

 

ø mm

 

 

 

 

 

 

e

 

 

13

61

17,7

13,5

38,8

8,6

0,6

f

 

 

13

59

16,9

13,3

39,4

8,5

0,7

c1

 

 

11

46

15

11,7

27,5

6,4

0,3

f1

 

 

10

40

13,2

11,5

21

5,2

0,3

c2

 

 

9

32

12

9,8

14

4,5

0,1

f2

 

 

9

27

7,5

6,3

11,8

2,8

 

c3

 

 

8

22

10

8,2

8

3,4

 

f3

112

6

7

22

6,7

5

7,5

2,5

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Terug naar boven

 
Link Acrobat Link Acrobat