Menubalk 13 March, 2011 Techniek
 

update: 13 March, 2011

Terug naar Tienhoven

Karolingische kerk

Koperblazers Tienhoven

Dorp in brand 1947

De verdwenen kapel

Rondje kerk in foto's

Fotoalbum Ameide

Fotoalbum Tienhoven

De orgels in Ameide

Bätz orgel in Ameide

Verschueren orgel Ameide

Verschueren-Sloof Orgel Ameide

 

 

Bronnenmateriaal:

Dr. Teus W.F. den Toom

De Orgelmakers Witte
Een bijdrage tot de geschiedschrijving van de orgelbouw in Nederland in de tweede helft van de negentiende eeuw.

Dissertatie 1997

Uitgeverij J.J. Groen & Zoon
Heerenveen
isbn 90 5030 767 I
2 banden, 1540 pagina's

Nog steeds verkrijgbaar bij
Steendam Orgelmakers


Encyclopedie " Het historische orgel in Nederland"
deel 7 1850-1858

Uitg NIvO -
Nationaal Instituut voor de Orgelkunst.

isbn: 90 75473 09 5

 

Kerkelijk leven in beeld
Alblasserwaard I

Den Hertog Houten 2003
isbn 90 331 1720 7

 

Het Witte orgel in de orgel databank van Piet Bron

 

 

 

 

 

Het Bätz-Witte orgel in de
Hervormde Kerk van Ameide
(1851-1953)

© Frans van der Grijn, 2008

 

 
foto ontleend aan boek dr. Den Toom
 
 
Herkomst foto onbekend

De negentiende eeuw heeft haar middelpunt bereikt, het 50e jaar is aangebroken. Het zal nog tot 1885 duren alvorens Ameide en Tienhoven door ds. P. Bongers gediend zullen worden. De kerkenraad heeft met het beroepen van deze predikant bewust gekozen voor een rechtzinnige prediking en pastoraat. Nog even geduld, we zijn nog maar net in '50 aangekomen.

De kerk van Ameide is nog steeds zonder orgel, zoals àlle dorpskerken in de Alblasserwaard. Gorinchem, de grote stad, heeft al eeuwenlang een orgel in de St. Janskerk of Grote Kerk. Het eerste orgel was in 1450 al aanwezig. Op 3 december 1761 levert J.H.H. Bätz het nieuwe orgel, waarbij het rugwerk (kas en pijpwerk) gemaakt is van het vorige orgel van Cousijns uit 1666.
Buiten Gorinchem blijft de Alblasserwaard verstoken van orgelklanken. En om nu toch maar vol te kunnen houden dat Ameide het eerste orgel in de Alblasserwaard had, heb ik waar nodig het woord 'kerk' vervangen door 'dorpskerk'. Want dan klopt het namelijk wél!
In 1853 - dus twee jaar ná Ameide - bouwt Witte in Gorinchem een nieuw orgel, waarbij zeer veel materiaal uit het Bätz orgel gebruikt wordt.

 

Hierdoor kun je dus met recht stellen dat Ameide ruim 100 jaar lang het oudste originele, ongewijzigde, orgel van de Alblasserwaard heeft gehad.

Het is nog volop winter als de kerkvoogden overleggen en plannen maken over het aanschaffen van een orgel. Wanneer het idee voor het eerst geopperd is, valt op dit moment niet te achterhalen. Den Toom beperkt zich logischerwijze tot de feiten welke direct betrekking hebben op het daadwerkelijke besluit tot aanschaf. Den Toom, een geboren en getogen 'Gurkummer' en ik een Tienhovenaar, dat levert een nét iets anders gerichte nieuwsgierigheid op. Maar laten we de gemakkelijke stoel opzoeken en de 3062 gram boek, en dat is dan alleen nog maar band 2, ter hand nemen. We bladeren naar pagina 952 en gaan op ontdekkingsreis in de orgelgeschiedenis van de Hervormde kerk van Ameide. Om vervolgens ook nog te bestuderen wat er op de pagina's 573, 747, 759, 769, 794, 952-954, 1270, 1308, 1350, 1419 en 1429 allemaal te lezen is.

Zullen ze het geweten hebben, daar in de consistoriekamer tijdens de vergaderingen van de kerkvoogdij. Ik denk het wel. Natuurlijk was bekend dat de Gorinchemse St. Janskerk wél had, wat álle dorpskerken ontbeerden: een orgel. Ze zijn uiteraard trots geweest op hun kerkgebouw, de driebeukige kerk uit 1361, met in het koor de marmeren epitaaf ter nagedachtenis van Jan Wijnand Ram, ambachtsheer van Ameide, overleden in 1789. Ze hebben het uiteraard geweten, bedachtzaam dikke sigaren rokend, dat Tienhoven, Ameide en Noordeloos, allen grenzend aan elkaar, de kerken herbergen die de drie oudste torens van de Alblasserwaard hebben. Ze hebben het geweten dat geschiedschrijver Van der Aa schreef in 1846 over de Tienhovense kerk: "De kerk is een klein gebouw, met eenen vierkanten toren en spits, doch zonder orgel." Curieus, àlle dorpskerken in de Alblasserwaard waren 'doch zonder orgel' dus waarom dat bij Tienhoven gemeld?

 

Inmiddels is het 23 april 1850 geworden. De kerkvoogden hebben de sigaren even in de asbak gelegd, en 'delibereren' over het plan om een orgel te bekomen. De besprekingen van de afgelopen maanden worden nog eens op een rijtje gezet. "Mede gezien de gunstige financiële positie der gemeente...." 't Zal in plechtstatige bewoordingen geweest zijn dat men op grond van de vaststelling "Mannenbroeders, we zitten er warm genoeg bij" besloot op deze avond: "We gaan een orgel aanschaffen. [1].

Het leven ging ook toen al soms snel, slechts een luttele vijf dagen later, de 28e april 1850, steekt C.G.F. Witte, orgelbouwer te Utrecht, de benen onder de vergadertafel in de consistorie van Ameide, en overlegt met de kerkvoogden over de vormgeving van de orgelkas, de leveringstijd van een orgel. En vooruit, zakelijk zijn, meteen de prijs maar even uitonderhandelen. [2]

Overigens, even tussendoor: de cijfers tussen vierkante haken zijn de eindnoten, we lezen hier tenslotte in een uiterst wetenschappelijk boek, waarmee Den Toom zijn graad als doctor ten volle verdiend heeft.

 

Witte orgel in Ameide

Binnen enkele weken (mei 1850) liggen er tekeningen op tafel van twéé orgelbouwers. C.F.A. Naber en van C.G.F. Witte ( J. Bätz & Co). En inderdaad, men zegt het met plechtige bewoordingen. Men kiest voor het ontwerp van Witte: "vooral uit hoofde der meerdere eenvoudigheid". De calvinistische rechtzinnigheid was duidelijk al aan het groeien in dit college. Geen 'wuft versierd' orgel, maar een ontwerp getooid met eenvoud.

Het advies van Witte is om te kiezen voor het ontwerp zoals in de ontwerptekening. Hij baseert zich daarbij op de "niet uitgesproken stijl van het kerkgebouw". Daarom opteert hij voor dit ontwerp, door Den Toom geklassificeerd als "fronttype Mijdrecht". Ondersteunend argument van Witte is dat "ook elders, waar men niet aan een bepaalde stijl is gebonden, is men met dit type ingenomen." Witte geeft ook nog het wijze advies om niet te kiezen voor een front in gotische stijl. Het is stukken duurder, maar sluit bovendien niet aan op het aanwezige meubilair in de kerk.

 
   
Grafmonument Jan Wijnand Ram

 

 
Frontontwerp voor Ameide (Den Toom)
 
C.G.F. Witte (Den Toom)

 

Detaillering in fronttypen:

De variant Mijdrecht

In 1842 komt de sterk op de tweede variant gelijkende derde variant tot stand. Het horizontale labiumverloop in de bovenste tussenvelden maakt plaats voor een naar de zijtorens toe oplopende lijn. Het voor de Hervormde Kerk te Mijdrecht gebouwde orgel is hiervan de eerste uitwerking. In de daarop volgende jaren wordt nog een aantal orgels met deze frontstructuur gemaakt, namelijk te Woerden ( Ev. Luth. Kerk, 1846), Harmelen (Hervormde Kerk, 1848), Ameide (Hervormde Kerk, 1851) en Buren (Hervormde Kerk, 1852).

Qua inwendige opstelling zin deze orgel bepaald niet identiek. In Mijdrecht, waar de klaviatuur zich aan de zijkant bevindt, zijn de 13 registers verdeeld over hoofd- en bovenwerk. De grotere orgels te Ameide (17 registers) en Buren (16 registers) volgen dit stramien. Het orgel in Woerden heeft achterkantbespeling, waarbij de lade van het bovenklavier direct achter het front staat als "onderpositief". De inrichting in Harmelen was wéér anders: Achterkantbespeling met al het pijpwerk op één lade.

Dit heeft tot gevolg dat de vijf genoemde fronten niet dezelfde maatvoering qua breedte hebben. Harmelen is 2880 mm breed, Woerden 3100 mm, de overige drie zijn allen tussen 3800 - 3900 mm breedte.

De hoogte van de kassen varieert. Omdat bij elk van deze orgels de C van Prestant 8 in de middentoren staat, zijn de verschillen klein.

 

Dan komt 'den twaalfden juny" aan bod. De kerkvoogden verstrekken C.G.F. Witte de opdracht tot het leveren van een nieuw orgel voor het lieve bedrag van ƒ 3.750,- Tegelijk nemen de kerkvoogden de bouw van de orgelkas voor hun rekening. [4]

Dan blijft het een paar maanden stil, de nijverheid en het werk op de boerderij ging tenslotte gewoon door. Op 21 november doet Witte bericht dat de beeldhouwer de kosten voor de ornamenten op de orgelkas heeft begroot op ƒ 230,-. Dit bedrag bestaat uit ƒ 75.- voor het materiaal en pasklaar maken. De rest van het bedrag, ƒ 155,- is voor het eigenlijke snij- en beeldhouwwerk. Witte geeft te kennen dat deze offerte een billijke prijs is. Mijdrecht en Woerden waren meer geld kwijt.

Vervolgens stelt Witte een van zijn werknemers beschikbaar voor het maken van uitslagen voor de plaatselijke timmerman. De vergoeding hiervoor wordt door Den Toom beschreven als "een geringe". [5] Het verschil tussen de offerteprijs van ƒ 3.750,- en de eindafrekening ad ƒ 3.860,35 1/2 bedraagt ƒ 110,35 1/2 voor (naar ik aanneem) enkele maanden werk. Waarmee "gering" wel als waarheidsgetrouw kan worden gewaardeerd.

Witte dringt wel aan om het hout vooral tijdig te bestellen en benadrukt dat "niet zogenaamd, maar werkelijk droog hout moet worden gebruikt." En afgesproken wordt dat de kas in juni 1851 klaar moet zijn. Wie overigens de plaatselijke timmerman was, komt niet aan het licht in het boek van Den Toom.

In de werkplaats van de plaatselijke timmerman wordt gewerkt aan de orgelkas, ontwerp Witte, fabrikaat 'Termeys'.

In twee vergaderingen op 12 en 31 maart 1851 besluiten de kerkvoogden dat de koop van het orgel gebaseerd zal zijn op een 'heerenovereenkomst", afgesproken wordt dat er geen contract opgemaakt zal worden. Wel komt er een brief, waarin aanvullende afspraken gemaakt worden omtrent de financiële afwikkeling. Deze afspraken en de gegevens van het orgel ziet u hieronder in het kader.

In de nazomer, de kas is volgens afspraak in juni klaar, gaat Witte aan het werk.

     

 

De 9e november 1851 is een heugelijke dag in Ameide. Het eerste dorpsorgel in de Alblasserwaard [7] wordt in gebruik genomen, met een lofrede van ds. A.J. Diemont over Psalm 69:31a "Ik zal Gods Naam prijzen met gezang". Het orgel wordt bespeeld door B. Tours, organist van de Grote Kerk te Rotterdam [8]

Tours levert niet alleen vakkundig en muzikaal orgelspel, hij uit ook de nodige loftuitingen, zoals te doen gebruikelijk bij de ingebruikname van een nieuw orgel. (Hoewel, er zijn echt wel gevallen bekend van zeer negatieve kritieken bij oplevering).

Via de pen van Den Toom laten we Tours hier maar eens zelf aan het woord:

Het orgel is "een der welluidendste en krachtigste van die dispositie met aangehangen pedaal, welke gevonden kunnen worden." [9]

Naast de lof schrijft Tours ook een lovend keuringsrapport. [10] Zijn kernpunten zijn deze:

  • het pijpwerk is uiterst solide bewerkt
  • de specie van de pijpen is uitmuntend, de bewerking, inclusief het solderen, laat niets te wensen over
  • het pijpwerk is "schoon, krachtig, liefelijk en zonder de minste scherpte geïntoneerd" wat de waardigheid van het orgel aanmerkelijk verhoogt. De intonatie levert een deftige en waardige toon op, met name mogen worden genoemd de Bourdon 16 voet, Prestant 8 voet, Viola 8 voet, Fluit 4 voet en Trompet 8 voet
  • het volle werk is kernachtig, welluidend en imposant
  • de speelaard is aangenaam en gemakkelijk.

Tours is nog lang niet klaar. Hij "acht zich verplicht zijn uitgebrachte rapport niet te mogen eindigen zonder de Heeren Orgelmakers den welverdienden lof te brengen over de naauwkeurige en voortreffelijke voltooijing des geheelen Orgelwerks, dewelke al weder hunne Eer en Roem als verdienstelijke en eerlijke Orgelmakers handhaaft en verhoogt."

Orgelminnaars zijn gewend aan dit soort lovende teksten, en kennen ook wel voorbeelden waar het lovende de grens overschrijdt en opstijgt tot het niveau van "ronkende reclame", waarbij het eerste het beste dorpsorgeltje met 7 stemmen en zonder pedaal tot het Negende Wereldwonder wordt gebombardeerd. Maar Tours houdt het wat dat betreft netjes. Dat past keurig bij de liberaal-nuchtere geest van de Alblasserwaard.

 

De geplunderde geldbuidel

't Kost wat, een nieuw orgel. [11] Den Toom geeft een keurig overzichtje op pagina 953. Integraal overgenomen hieronder, inclusief die éne halve cent:

Fa. J. Bätz & Co ( incl. extra werk) ƒ 3.860,35 1/2
Orgelkas incl. schilderwerk ƒ 573,70
Rijnbout (beeldhouwwerk) ƒ 220,18
Scheepsvracht orgel ƒ 16,00
B. Tours ƒ 50,00 **
Overige kosten ƒ 55,97
Totaal ƒ 4.776,20 1/2

Aan giften is ƒ 800,- ontvangen, dus voor iets minder dan 4000 gulden netto was men klaar met het project.

** Op pagina 1419 laat Den Toom zien dat het jaarsalaris van de organisten in Ameide (1886) en Jaarsveld (1890) ƒ 100,00 was. Zonder overdrijving kun je dan wel stellen dat Tours goed bourde, pardon boerde, met zo'n opdracht. Maar we pogen objectief te blijven: We kennen verhalen uit de literatuur waar de heren keurmeesters aan "vreterij en zuiperij" op kosten van de kerkvoogdij, meer geld uitgaven dan het afgesproken persoonlijke traktement, de kerkvoogden konden die extra uitgaven- al dan niet tegen heug en meug - gewoon dokken.

 

Financiële afspraken

  • Betaling ƒ 3.150,- te betalen bij oplevering van het orgel
  • De resterende ƒ 600 in drie gelijke jaarlijkse termijnen
  • Stemming en onderhoud de eerste drie jaren gratis [6]
   
 

Dispositie Ameide Hervormde kerk [1]

Manuaal I
(Hoofdmanuaal)

Prestant 8 Vt.
Bourdon 16 Vt.
Roerfluit 8 Vt.
Cornet 5 St.
Octaaf 4 Vt.
Quint 3 Vt.
Fluit 4 Vt.
Octaaf 2 Vt.
Mixtuur 3-4 St.
Trompet 8 Vt. B/D

.

Manuaal II
(bovenmanuaal)

Prestant 8 Vt.
Holfluit 8 Vt.
Viola di Gamba 8 Vt.
Salicionaal 4 Vt.
Nazard 3 Vt.
Roerfluit 4 Vt.
Gemshoorn 2 Vt.

Pedaal:
Aangehangen.

Nevenregisters:
Koppel ( gehalveerd) [2]
Ventiel.

Klaviatuur:
In linker zijwand.

Manuaalomvang : C - f'''
Pedaalomvang: C - c'

Windvoorziening:
Buiten de orgelkas.

 

 

[1] Orgel verbrand op 3 april 1953.
Een bestek is niet bewaard gebleven. Gegevens ontleend aan Caecilia ( 1-12-1851, 222-223); Boekzaal ( 1851-II, 629-630); Sanders, Tellegen, alsmede mondelinge mededelingen ter plaatse verkregen door bemiddeling van de organist, Henk van Egmond te Lexmond.

De volgorde van het pijpwerk op de lade is ontleend aan 'Witte, disposities'.

[2] Volgens Boekzaal en Tellegen

 

Het onderhoud:  

Noten:

[1] Archief kv HG Ameide-Tienhoven, inv.nr. 202
[2] Ibidem, inv.nr. 240
[3] Ibidem
[4] Ibidem
[5] Ibidem
[6] Ibidem
[7] Volgens Caecilia 1851 8/23, 222-223; Gorinchem werd kennelijk niet tot de Alblasserwaard gerekend.
[8] Boekzaal 1851-II, 629-630
[9] Caecilia 8/23 ( 1-12-1851), 222-223
[10] Zie noot 2
[11] Archief kv HG Ameide en Tienhoven, inv. nr. 257, jaarrekening 1851
[12] Financiële gegevens ontleend aan archief kv HG Ameide en Tienhoven, inv. nrs. 257 en 258
[13]Archief kv HG Gemeente Ameide en Tienhoven, inv.nr. 205, notulen vergadering 15 juni 1931
[14] Nieuwsblad voor Gorinchem en Omstreken, 8 april 1953

1852-1854 J. Bätz & Co; gratis  
1855-1902 J. Bätz & Co; ƒ 30,00 per jaar  
1903-1906 W. van Dijk; ƒ 30,00 per jaar  
1907-1930, A.S.J. Dekker, ƒ 30,00 per jaar, later wisselende bedragen  
1931: A.S.J. Dekker ontslagen wegens slecht stemwerk. Dekker beroept zich op een niet bestaand contract en dreigt met krasse maatregelen, vruchteloos uiteraard  
1932-1936 Sanders, "een firma welke de zaken van den heer Bätz (sic!) had overgenomen". [13]
ƒ 45,00 per jaar "
 
In de nacht van 3 op 4 april 1953 gaan kerk en orgel in vlammen op [14]  

Groot onderhoud in 1895

(Met dank aan Herman Beckman, Historische Vereniging Ameide & Tienhoven)

Ameide, 18 Sept. Had het orgel van de Ned. Hervormde kerk alhier eenige weken gezwegen ten gevolge eener reparatie, j.l. Zondag liet het zich weder hooren en kon de gemeente zich overtuigen, dat de verandering, die het heeft ondergaan, werkelijk eene verbetering is geweest.
Het orgel werd geheel uit elkaar genomen, schoongemaakt en van nieuw koperwerk voorzien. Het front, opnieuw gepolijst, heeft zijn oorspronkelijken glans teruggekregen. De viola werd van rollen voorzien en onderging een geheele verandering van intonatie. De reparatie is, zeer naar genoegen van de heeren Kerkvoogden, met de grootste nauwkeurigheid verricht door den heer J.Fr. Witte te Utrecht, terwijl ook den heer G. Spit, orgelstemmer, een woord van lof niet mag worden onthouden voor zijn degelijk werk. We vertrouwen, dat het soliede orgel,
geleverd in het jaar 1851 door de firma Bätz & Co. te Utrecht, nu weer tal van jaren, zonder
dergelijke reparatie, zijne volle, zuivere tonen voor de gemeente zal doen hooren.
(Schoonhovensche Courant, Zaterdag 21 september 1895)

 

Stoven, vuur, brandje, blussen

(Met dank aan Herman Beckman, Historische Vereniging Ameide & Tienhoven)

AMEIDE, 13 Febr. Gister-namiddag omstreeks vier uren werd door spelende kinderen
ontdekt, dat er rook en vlam uit de kerk kwam. Bij onderzoek bleek dat brand was ontstaan in
een aantal stoven, die na afloop der namiddag-godsdienstoefening waren neergezet nabij de
zuidoostelijke deur der kerk, om des avonds bij de zoogenaamde leeskerk nog eens te worden
gebruikt. Ook het daar zich bevindend houten plafond had reeds vuur gevat, toen de brand
ontdekt werd. Gelukkig kon de brandspuit, die zich in de kerk vlak bij het brandend gedeelte
bevond, nog worden bereikt, en gelukte het den brand te blusschen. Ware het onheil een
oogenblik later ontdekt, de gevolgen, ook voor de omringende gebouwen, waren niet te
overzien geweest.
Voorwaar een ernstige vingerwijzing dat voortaan met die warme stoven wat voorzichtiger
dient gehandeld te worden en de brandbluschmiddelen in een veiliger bewaarplaats behooren
geborgen te zijn.
(Schoonhovensche Courant, woensdag 15 februari 1893)

 

 

De kerk van Ameide werd in de 14e eeuw gebouwd, om precies te zijn 1361. De kerk werd in het rampjaar 1672 ernstig beschadigd.

In 1830 werd de kerk gerestaureerd, vervolgens in 1858 uitgebreid. Naar de aard van deze uitbreiding ben ik nog zoekende, mijn vermoeden is dat het hier gaat om de huidige consistorie, die als een noorderbeuk aan het koor is gebouwd.

De kerk is een driebeukige kerk met een 1-beukig koor. Tot 1953 waren koor en schip van elkaar gescheiden. Het Witte orgel stond in de triomfboog tussen koor en schip.

Bij de wederopbouw van de kerk, voltooid in 1955, werd de kerk uitgebreid met een zijbeuk aan de zuidzijde.

De uiterlijke verschijning van het kerkgebouw vóór de verwoestende brand van 1953. (foto Nico Jesse)
   
     

KERKBRAND 1953

De brand in de nacht van Goede Vrijdag op Stille zaterdag 3/4 april 1953.

     

Op 3 april 1953 was de gemeente 's avonds in de kerk bijeen geweest. Ds. T. Poot, die in de oorlog een tijdlang in Ameide ondergedoken had gezeten, was die avond voorgegaan. De koster sloot rond 10 uur het kerkgebouw. Een uur later sloegen de vlammen uit het dak van de kerk. In allerijl kwamen er brandweerkorpsen uit de omgeving om te blussen. Het bleek tevergeefs: de toren vatte geheel vlam, en nadat het uurwerk twaalf slagen liet horen, stortte de torenspits ineen. Bij het aanbreken van de Stille Zaterdag werd de schade pas goed zichtbaar: enkel zwartgeblakerde muren stonden nog overeind. Hervormd Ameide moest uitwijken naar een timmerfabriek. Op eerste Paasdag preekte oud-predikant J.J. Poot ( '39 - '46 ) over "Een droevig en blij Pasen". Cultuurhistorisch gezien was de brand een ramp. Niet alleen de kerk, maar ook het interieur met het Bätz-Witte orgel en het grafmonument waren verloren gegaan.

Uit: Kerkelijk leven in beeld, pag. 27-28

 

 

 
Foto: Nico Jesse, huisarts & fotograaf te Ameide
 
Foto: Nico Jesse.

 

 

Naar boven